WBNetADD connect
Direct contact

+32 16 43 11 00


Contacteer ons nu

U bent hier

In Vlaanderen betaalt 35,30% van de bedrijven haar facturen te laat

Nieuws
01 januari 2014

 

In Vlaanderen betaalt 35,30% van de bedrijven haar facturen te laat

Het algemeen betaalgedrag van bedrijven (en van bepaalde overheidsdiensten) schommelt tussen bedroevend tot beschamend. De permanente studie die Graydon voert is verhelderend. In Vlaanderen betaalt 64,70% van de bedrijven de facturen op tijd. Dat wil zeggen dat 35,30% de facturen te laat betaalt. De provincie Antwerpen doet nog slechter dan het gemiddelde in Vlaanderen. De wanbetaling in 2013 in de provincie Antwerpen bedroeg … 40,84%. Dat wil zeggen dat slechst 60% van de bedrijven hun facturen op tijd betaalden.

Het algemeen betaalgedrag van bedrijven (en van bepaalde overheidsdiensten) schommelt tussen bedroevend tot beschamend. De permanente studie die Graydon voert is verhelderend. In Vlaanderen betaalt 64,70% van de bedrijven de facturen op tijd. Dat wil zeggen dat 35,30% de facturen te laat betaalt. De provincie Antwerpen doet nog slechter dan het gemiddelde in Vlaanderen. De wanbetaling in 2013 in de provincie Antwerpen bedroeg … 40,84%. Dat wil zeggen dat slechst 60% van de bedrijven hun facturen op tijd betaalden.

De gevolgen van zo’n nalatig betaalgedrag zijn niet klein. Ook dat heeft Graydon uitgerekend. Indien je een rentekost per jaar rekent van 12% en je nettowinst bedraagt 2% van de omzet, dan is je winst na 60 dagen opgebruikt. Een betalinsgtermijn van 30 dagen impliceert een kost van 1% van je factuurbedrag. Om het verlies op debiteuren goed te maken zal je 50 keer het factuurbedrag moeten omzetten. Onthutsende vaststelling, die absoluut tot nadenken stemt en die onze wetgever mag inspireren om deze materie strenger aan te pakken en sneller te beteugelen.

Deze vaststelling riep bij ons vragen op die we graag wilden voorleggen aan experts in deze materie. Gaven gevolg aan onze uitnodiging:

    •    Paul Becue (Euler Hermes)
    •    Paul Cools (La-on Lawyers)
    •    Frederic Devooght (Atradius)
    •    Henri De Swaef (Delta Point OCS)
    •    Matthias Gevaert (Collect Online)
    •    Johan Kemps (Advocaat)
    •    Gert Lambrecht (Coface)
    •    Annick Vangramberen (Graydon)
    •    Frederik Van Royen (Intrum Justitia)
    •    Johan Kemps (Advocaat)
    •    Yannick Vermetten (ADD)

Na een kennismakingsontbijt, toverden wij onze voornaamste vragen uit onze hoge hoed. Dit zijn de antwoorden van de experts.

Hoe doen de panelleden aan debiteurenbewaking?

Mag ik de panelleden uitnodigen toe te lichten op welke manier zij aan debiteurenbewaking doen?

Yannick Vermetten: ADD is een gespecialiseerde verzekeringsmakelaar in ondernemersrisico’s. Binnen ADD hebben we het doel om al de risico’s waaraan een onderneming wordt blootgesteld in kaart te brengen. Zo hebben we ook een aparte cel die zich focust op het klantenrisico en zich voornamelijk bezig houdt met kredietverzekering. Samen met de klant zoeken we naar de gepaste oplossing. Wat is het klantenrisico? Hoe kunnen we dat beperken? Dat kan via kredietverzekering, via handelsinformatie, via factoring ADD behoort tot de KBC Groep) of een combinatie van deze oplossingen.
Paul Becue: Euler Hermes is een kredietverzekeraar. Wij doen hetzelfde als de kredietmanager binnen een bedrijf, maar dan op wereldschaal. We geven de bedrijven een rating en zien hoever we kunnen gaan in het nemen van risico’s.

Beschik je gemakkelijk over cijfers uit het buitenland?

Paul Becue: We hebben overal ter wereld antennes, die ons de nodige info verstrekken, maar maak je geen illusie. België is een luxeland. We hebben hier de meeste informatie beschikbaar, en op een doorgedreven geautomatiseerde wijze. België scoort op dit vlak het hoogst, hoger nog dan Frankrijk. Verstrekkers van betrouwbare informatie zijn de Balanscentrale bij de Nationale Bank, de RSZ (zijn er achterstallen?), protesten, betalingservaring,… In Japan kost een informatierapport 100 euro. In veel landen is het huilen met de pet op om betrouwbare info te krijgen. In Duitsland moeten de bedrijven sinds een aantal jaren balansen neerleggen, maar niet zo uitgebreid als bij ons. Vaak gaat het maar om vijf of zes lijnen. Informatie is één ding, die moet ook nog geïnterpreteerd worden. Onze taak bestaat erin te weten wat er achter de cijfers schuilgaat.

Frederik Devooght: Atradius is ook een kredietverzekeraar. In samenwerking met de Vlaamse overheid en met enkele partners werken wij momenteel aan het project ‘Screening For You’, dat beoogt het aantal faillissement te verminderen. Daar wordt iedereen immers beter van. Het is een project van twee jaar dat tot doel heeft bedrijven sterker te maken.

Gert Lambrecht: Coface is de derde kredietverzekeraar hier aan tafel. In essentie zijn er twee rollen die we vervullen: een preventieve en een curatieve. Preventief moet je ervoor zorgen dat je voldoende informatie hebt. Die verschilt van land tot land. In België is die zeer goed. Een belangrijke bron is betalingservaring. Via honderdduizenden klanten krijgen we informatie over hun debiteuren. De minste betalingsachterstand die wordt gemeld, is belangrijke informatie die veel sneller is dan de officiële cijfers. Wanneer het toch misloopt, dienen we curatief te werk te gaan met het uitbetalen van de schade. Ook als je preventief goed te werk gaat, zijn er soms verrassingen. Ik denk aan O’Cool (Frost Invest): in dat faillissement hebben de Belgische kredietverzekeraars drie miljoen euro uitbetaald. Andere voorbeelden zijn IJsboerke, dat in WCO is gegaan, maar waarbij de feitelijke insolventie diende te worden uitbetaald. Delistar, de producent van Kabouter Plop-koeken ging volgens de pers in april een fantastisch jaar tegemoet. In oktober reeds volgde het faillissement. In Duitsland ging Schlecker, een Duitse drogisterijketen vergelijkbaar met Kruidvat, met 14.000 winkelpunten, 13 miljard omzet en een marktaandeel van 40% gewoon op de fles omwille van externe en interne factoren, waar onvoldoende op werd ingespeeld.

Paul Becue: Laat je niet beïnvloeden door de uiterlijke schijn. Manager van het jaar, Onderneming van het jaar,… Het kan vlug keren. Economisch gezien leven wij in een grote volatiliteit.

Frederik Devooght: Vandaar dat we willen inzetten op faillissementspreventie.

Paul Becue: Ik ben ook actief in een handelsrechtbank. Het valt op dat kleine ondernemers hun vennootschap vaak oprichten voor fiscale redenen, en eigenlijk niet goed weten hoe een boekhouding gevoerd wordt. Daaraan gekoppeld laat ook het management dikwijls te wensen over. De boekhouder heeft dan ook een belangrijke taak. As die niet gemotiveerd is, kan het bedrijf in kwestie snel in moeilijkheden komen.

Henri De Swaef: Boekhouders zijn over het algemeen teveel bezig met het dagdagelijks beheer en het in orde houden van de wettelijke zaken gezien tijdsgebrek.

Annick Vangramberen: Graydon zorgt vooral voor handelsinformatie en sluit aan bij kredietverzekering, maar ook weer niet, want de beslissing wordt bij het bedrijf zelf gelegd. Wij bezorgen de informatie waarop ze zich kunnen baseren: jaarrekeningen, dagvaardingen van de RSZ en de Sociale Kassen, betalingservaringen,… Een bedrijf weet zo perfect met wie hij in zee gaat. Wij geven een korte termijngericht kredietadvies, maar ook op middellange termijn, op basis van onze scores, die een kans op faling aangeven. Als er toch problemen zijn, is er onze incassoafdeling om niet betaalde facturen te innen. Vandaag is er vaak een verschil tussen niet ‘kunnen’ en niet ‘willen’ betalen. Veel bedrijven surfen graag mee op de crisis en willen hun geld langer bijhouden.

Johan Kemps: Advocatenkantoor Kemps & Vanstraelen profileert zich als een bedrijfsadvocatenkantoor. Debiteurenbewaking is een belangrijke pijler. We richten ons vooral op incasso, overnames, de aankoop en verkoop van incassoportefeuilles, en daarnaast ook op de begeleiding van bedrijven in WCO. Wij hebben vooral een screenende taak. De reorganisatieplannen om de continuïteit te behouden passen we toe in de praktijk, onder toezicht van de rechtbank. Soms nemen we zelfs het betaalverkeer een tijd over.

Frederik Van Royen: Intrum Justitia bestaat al 90 jaar en is vooralbekend als incassospeler We bieden echter operationele en financiële oplossingen in de volledige order-to-cash keten, zowel naar B2B als B2C-spelers. Voor de kmo’s hebben we een afzonderlijke afdeling waarbij we specifieke oplossingen op maat van de kmo’s aanbieden.

Henri De Swaef: The Invoice Managers is actief in de niche waar de factuur ontstaat. Wanneer een verkoop wordt gerealiseerd en de prestaties worden gefactureerd, dient de factuur eerst aanvaard te worden. Daar hebben wij een technologie rond gebouwd. Onze taak ontstaat vanaf het moment dat een factuur vervalt. Wij richten ons met andere woorden op operationeel facturenbeheer, voor kleine en middelgrote bedrijven. Bedrijven onderschatten hoeveel werk er kruipt in een goed operationeel beheer van de facturatie. Onze focus ligt op het optimaliseren van de liquiditeit van kmo’s.

Paul Cools: La-On Lawyers is een advocatenkantoor dat 100% voor bedrijven werkt en niet voor particulieren. We zijn grote ‘lean fans’ en helpen bedrijven om hun processen goed in kaart te brengen en de tijd tussen het buitengaan van een factuur en de betaling zo kort mogelijk te houden. (Lean manufacturing, ook wel het Toyota Production System genoemd, naar het bedrijf dat de methode ontwikkelde, is een managementfilosofie gericht op het realiseren van maximale waarde voor de klant met zo min mogelijk verspillingen, red.) We hanteren daarbij het principe ‘one proces, one partner’. Wij hebben zelf een software rond betaalgedrag ontwikkeld, op basis van postnummers. Ons kantoor in Zuid-Afrika werkt met een black list en kan mensen daar zelf opzetten of afhalen. Zo heeft elk land een andere mentaliteit. In Latijnse landen is het heel gangbaar om pas op 90 of 120 dagen te betalen. Daar krijgen we dossiers pas na 90 dagen. Kmo’s houden ook vaak de deur dicht, wat het moeilijker maakt om hen te adviseren. Bij een open boekhouding kan je beter advies geven.

Matthias Gevaert: Collect Online heeft een platform ontwikkeld waarop alle partner-incassoagenten hun dossiers kunnen opvolgen. Het wordt voornamelijk geïnstalleerd bij advocaten en incassokantoren. We zijn nu bezig om er bedrijven aan te koppelen. We richten ons ook op consulting. Onder het motto ‘voorkomen is beter dan genezen’, proberen we de processen te optimaliseren. Bedrijven kunnen via het platform hun dossiers opvolgen van A tot Z, zien welke brieven er zijn uitgestuurd, wanneer dagvaarding werd uitgebracht, wat daarvan het resultaat is, het vonnis, de kosten,… We proberen dat proces zo kort mogelijk te houden. Zo voelen partijen druk om snel en efficiënt te werken en naar de kosten te kijken in plaats van dossiers als melkkoeien te beschouwen.

Hoe ziet vandaag het betalingsgedrag eruit?

Wat is algemeen gesproken vandaag het betalingsgedrag van bedrijven en van de overheid? Welke conclusies moeten we hieruit trekken?

Annick Vangramberen: Het gaat een ietsje beter met het B2B-betalingsgedrag. Elk kwartaal vertoont een iets beter betaalgedrag dan het kwartaal ervoor. Dit soort gegevens houdt Graydon bij sinds de oprichting, over alle sectoren heen. Elke betalingservaring belandt in een pooling. Sinds de eerste wet op betaalgedrag in 2002 wordt op basis hiervan de Graydon betalingsindex berekend. In 2007 en 2008 werd zeer goed betaald. Sindsdien is het betaalgedrag er zwaar op achteruit gegaan, met een dieptepunt in 2011. Nu gaat het ietsje beter, maar we zijn nog lang niet op het niveau van 2007-2008.
Met op tijd betalen bedoelt u binnen de afgesproken termijn?

Annick Vangramberen: Inderdaad, we spreken van te laat betalen wanneer de afgesproken termijn overschreden is. Over een overschrijding van 1 tot 30 dagen doen we niet moeilijk. Het klimaat is nu eenmaal minder goed. Dat wordt dus niet zwaar gepenaliseerd, maar wordt wel vervat in ‘te laat betalen’. Vandaag wordt globaal gezien 65% van de facturen op tijd betaald. Globaal staat 1 op 8 facturen meer dan 90 dagen open of wordt niet betaald. Dat is een gigantisch probleem. 25% van de faillissementen is rechtstreeks het gevolg van niet betaalde facturen. In België is er momenteel openstaande facturatie voor 9,15 miljard euro.

En in het buitenland?

Frederik Van Royen: Volgens onze European Payment Index (elk jaar doet Intrum Justitia een enquête in een dertigtal landen bij duizenden bedrijven, red.) is er een status quo bij kmo’s (van 19 naar 18 dagen). De overheid gaat erop vooruit, van 28 naar 24 dagen te laat. In Scandinavië is de overheid slechts 4 tot 7 dagen te laat. B2B heeft daar 6 à 9 dagen vertraging. Dat zijn gigantische verschillen. In België moet 2,8% van het BBP afgeschreven worden.

Paul Cools: Wat men niet meer kan innen, schrijft men af omdat men een cleane balans wil. Je maakt jezelf op deze manier blaasjes wijs.

Johan Kemps: Banken gaan constant op deze manier te werk.

Paul Becue: Je kan een factuur pas als fiscaal verlies aanrekenen wanneer het aantoonbaar is dat ze niet meer inbaar is, en dus definitief verloren. Dat is in België niet eenvoudig. Die 9,15 miljard is in realiteit nog zwaarder. De overheid heeft immers een impact op het BBP, maar wordt niet beschouwd als een risico. Het reële cijfer is dus zwaarder dan 2,8% van het BBP, daar de debiteurenverliezen meestal in de privé-sector plaatsgrijpen. Voor Europa gaat het om 300 miljard per jaar.

Paul Cools: Het is een schande dat de overheid zo laat betaalt. Wat voor een signaal wordt daarmee gegeven?

Johan Kemps: De overheden staan onder financiële druk. Dat beïnvloedt hun betaalgedrag.

Paul Cools: Als we daar eens een lean op zouden kunnen loslaten,… maar ik vrees dat het een lean van de kleuren zou zijn.

Paul Becue: De overheid heeft een kasboekhouding, dat afhangt van de effectieve betalingen.

Alsof bedrijven pas een factuur zouden mogen maken na de betaling.

Paul Becue: De overheid probeert zoveel mogelijk te verschuiven naar het volgende jaar. Denk aan de ambtenaren die al vijftien jaar niet betaald worden in december. De uitbetaling van hun lonen wordt om begrotingstechnische redenen een dag opgeschoven tot de eerste werkdag van januari.

Paul Cools: In Europa heb je de ACER-begroting. Dit wil zeggen dat als je een gebouw aankoopt, je dat niet over verschillende jaren kan afschrijven. Dat komt volledig als kost op dat jaar.

Hoe kunnen we het betalingsgedrag versnellen?

De invoering van het Europees betalingsbevel zou in Frankrijk een weldadige invloed gehad hebben.

Paul Becue: Het is niet het betalingsbevel dat een invloed gehad heeft. Er is daar in 2009 een wet voor de modernisering van de economie (LME-wet) gekomen die een gunstige invloed gehad heeft.

Paul Cools: Vroeger kon je geen rente vragen in Frankrijk. Dat is nu veranderd.

Paul Becue: Door de moderniseringswet is het betaalgedrag in Frankrijk verbeterd. De termijn werd gesteld op 30 dagen, wel met uitzonderingen. Het Europees betalingsbevel betekent dat je geen expliciet exequatur meer nodig hebt als je een veroordeling in je voordeel hebt. Je kan ter plaatse het vonnis meteen laten uitvoeren, en dus de achterstallige betaling incasseren.

Paul Cools: Ik heb geen goede ervaring met dat bevel. Als er geprotesteerd wordt, kan je opnieuw beginnen.
De panelleden zijn het erover eens dat sommige rechtbanken traag werken.

Paul Cools: De werkdrukmeting die minister Turtelboom gaat doorvoeren, zal hier helpen. In Italië, wanneer je een uitvoerbaar vonnis hebt, kan je geen deurwaarder contacteren. Je dient je tot een ambtenaar te wenden, die je met geen stokken vooruit krijgt.

Johan Kemps: In Spanje heb je zelfs zo geen systeem.

Frederik Devooght: In Italië is de gemiddelde DSO (Days Sales Outstanding) 89,5, in Frankrijk 38,1, in België 58.

Yannick Vermetten: In Frankrijk bestaat er sinds de nieuwe Europese richtlijn op betalingsachterstand nu ook de mogelijkheid om wanbetalers te melden analoog aan het systeem van geprotesteerde cheques. Dit zou volgens bedrijven die actief zijn in Frankrijk wel zijn vruchten afwerpen.

Johan Kemps: Sectoraal wel, een aantal sectoren heeft eigen blacklists.

Wat zijn de meest voorkomende fouten die bedrijven maken waardoor de betaling van hun facturen achterstand oploopt? Uit vorige gesprekken kwam een constante naar voor, namelijk dat facturen te laat gemaakt worden.

Frederik Van Royen: De meest voorkomende fout is dat facturen niet snel genoeg opgevolgd worden. De gemiddelde doorlooptijd vooraleer een dossier ter incasso wordt overgedragen aan een externe partner is 85 dagen, of drie maanden na de vervaldag. Dat is te laat. Hoe sneller een dossier wordt overgedragen, hoe groter de kans op recuperatie.

Henri De Swaef: Men heeft goed verkocht, maar men vergeet facturen uit te schrijven en de betalingen van deze facturen op te volgen.

Johan Kemps: Ook het commercieel aspect speelt mee. Men heeft schrik dat de klant zal afhaken.

Yannick Vermetten: Veel ondernemers denken: wat je zelf doet, doe je beter. Ze hebben niet de gewoonte om het debiteurenbeheer te outsourcen in vergelijking met het buitenland. De commerciële relatie met de klant is uieraard belangrijk, anderzijds is het ook een kwestie van je klanten op te voeden.

Paul Becue: Dat is het verschil tussen een kmo en een multinational. In een kmo met pakweg 10 tot 15 medewerkers doet de boekhouder alles zelf qua debiteurenbeheer. De emotionele band speelt er ook een grotere rol dan de rationele. Outsourcen zou in dat geval beter zijn. Dat gebeurt nog te weinig, maar dat kan je niet van de ene op de andere dag verbeteren.

Frederik Van Royen: We spreken hierbij vooral over smartcourcing waarbij we heel gericht bekijken welk deel van het debiteurenbeheer kan worden uitbesteed. Hierbij speelt de filosofie en de visie van het bedrijf een belangrijke rol. Het duidelijk uitleggen van de dienstverlening is hierbij cruciaal.

Henri De Swaef: Je dient op voorhand duidelijke afspraken te maken. Het zit in onze cultuur vervat. Veel wordt tussen pot en pint afgesproken, maar als dan puntje bij paaltje komt, als de factuur moet betaald worden, is er plots niks meer gezegd. Om kopzorgen te vermijden, moet je ervoor zorgen dat er iets op papier staat.

Paul Cools: Soms wordt niet eens een termijn afgesproken. En dan is er nog de constante frictie tussen sales en administratie. In Nederland wordt alles op papier gezet. Met Duitse bedrijven is het gewoon een plezier om mee samen te werken. Een afspraak is daar een afspraak en daar wordt niet meer over gerommeld. In samenwerking met ons Australisch kantoor brengen we in 2014 een software op de markt (cash flow predictions) waarmee we kunnen aantonen dat er binnen x aantal maanden een probleem aankomt, waarmee we de cashflow van een bedrijf kunnen voorspellen.

Is de toestand in Australië vergelijkbaar met die in België?

Paul Cools: Wereldwijd is dat vergelijkbaar, behalve in Azië. Daar zijn veel mijnen, met veel logistieke problemen. Dat heeft een impact op de cash flow. Cash Flow Predictions maakt voor alle sectoren modellen met voorspellingen.

Paul Becue: Wanneer wij een bedrijf analyseren, zijn we gericht op de korte termijn, banken richten zich op de lange termijn. In deze context is een kasstroomtabel of ‘cash flow statement’, die de evolutie van de liquiditeit weergeeft, zeer belangrijk voor ons.

Matthias Gevaert: Banken vragen, zeker voor kredieten van miljoenen, dertien weken cashflow.

Yannick Vermetten: Veel ondernemingen zijn sales driven en denken vooral aan omzetgroei en staan te weinig stil bij hun winstmarge. Ze stellen zich onvoldoende de vraag waarom iemand komt kopen. Het is misschien wel omdat hij of zij elders geen krediet(meer) krijgt.

Annick Vangramberen: Moest men meer de ratio volgen en zaken doen met kennis van zaken, zouden er heel wat minder problemen zijn.

Hebben kmo’s problemen om bankfinancieringen te krijgen?

Hebben de panelleden de indruk dat de bedrijven – vooral dan de kmo’s – voldoende alert de betaling van hun facturen opvolgen? Wat komt het vaakst voor: bedrijven die zelf inspanningen doen om tijdig betaald te worden of een externe partij die deze problematiek aanpakt? Hebben kmo’s problemen om bankfinanciering te krijgen? Ik hoor bij banken dat ze nog niet de helft aan beschikbare gelden kunnen slijten. Vaak blijken dossiers slordig of slecht in elkaar te steken. Ook daar hebben kmo’s blijkbaar hulp bij nodig.

Henri De Swaef: De boekhouder moet een meer adviserende rol op zich nemen. Als de cijfers niet zo goed zijn, wordt de balans vaak opgesmukt. Banken trappen daar niet meer in. Het is veel beter om open en transparant te communiceren met de bank en constructief mee te denken naar een oplossing. Daar dienen ondermeer boekhouders voor om in dit proces de kmo’s mee te begeleiden.

Johan Kemps: Het accent is verlegd. Vroeger verstrekten de banken vaak krediet op waarborg, nu op de terugbetalingscapaciteit. Banken zijn risico avers geworden. Daar is misschien wel een maatschappelijk debat nodig.

Paul Becue: Ik ken toch dossiers waar banken nog hun nek in uitsteken.

Henri De Swaef: Bedrijven trekken vaak naar de bank voor liquiditeitsproblemen. Wanneer de bank ziet dat het facturenbeheer slecht is, zal dit een negatieve impact hebben. Je liquiditeit moet zo optimaal mogelijk zijn en daarom is facturenbeheer zo belangrijk.

Yannick Vermetten: Bedrijven zouden pro-actiever met hun bankpartner moet samen zitten om te kijken op welke manier hun korte termijn kredietbehoeften ingevuld kunnen worden. Waar vandaag bedrijven vaak te lang wachten om actie te ondernemen met als gevolg dat een bank dan niet tegemoet kan komen aan hun vraag.

Frederik Devooght: Met het project ‘Screening for you’ zijn we nu een analyse aan het maken van de ongeveer 500 kmo’s, die zich hebben ingeschreven. ‘Screening for you’ is het project dat we lanceren samen met de Vlaamse overheid, NSZ, Securex, de Federatie Belgische Boekhouders, Multiple Choice en Atradius. We stellen onze expertise ter beschikking en screenen de kmo’s. Via een Vlerick scan kan een bedrijf zichzelf voorstellen en pijn- en werkpunten aanduiden. Kmo’s zien voor externe expertise soms op tegen de kostprijs. Ze beseffen niet dat ze eigenlijk niet zonder kunnen.

Gert Lambrecht: Bij laattijdige betaling door hun klanten, kunnen kmo’s zelf in de problemen komen. Daar is een rol weggelegd voor de screening.

Paul Cools: Het is een mooi initiatief. Maar je trekt kmo’s aan die zich bewust zijn van hun problemen. Wat met de andere? Hoeveel bedrijven zijn zich niet bewust van hun problemen? Men zou zo’n screening moeten opleggen.

Annick Vangramberen: Ook Graydon lanceert een project, samen met de Vlaamse overheid en Unizo, om ongezonde bedrijven te traceren, hen daarop aan te spreken en hen hulp aan te bieden.

Paul Becue: De rating geeft de kredietwaardigheid van een bedrijf weer. Twee op drie bedrijven weten niet dat er een rating bestaat. Een derde van de bedrijven weet het wel, maar daarvan weet slechts een op zes wat hun rating effectief is. De rating is echter bij iedere bank de sleutel voor de kredietwaardigheid van een onderneming. Ook bij de kredietverzekeraar.

Heeft ieder bedrijf het recht niet om zijn rating te kennen?

Johan Kemps: Je kan eraan geraken.

Paul Becue: Als bedrijven erachter vragen, zeg ik het hen altijd. Ik zet het niet op papier, maar deel het wel mee. Frankrijk is op dat vlak vooruitstrevender. Daar is er een akkoord tussen de verzekeringssector en de overheid in hoofde van het Ministerie van economische zaken (Bercy). Een debiteur mag steeds zijn rating vragen. Dit zou hier ook moeten. Een rating zegt immers veel.

Annick Vangramberen: Wij delen bedrijven ook hun rating mee.

Bedrijven die in WCO gaan, zijn voor de periode die de rechtbank hen toestaat, beschermd tegen de schuldeisers. Het percentage van de bedrijven in WCO dat nadien failliet gaat, is nog altijd zeer hoog. Welke adviezen kunnen de panelleden op dit vlak geven?

Paul Cools: WCO is vaak een vorm van het proper organiseren van een faillissement.

Johan Kemps: Het faillissementspercentage is 71%, gigantisch hoog, en dat was niet de wil van de wetgever. 25% van de bedrijven wordt wel gered. We hebben nochtans al mooie doorstarts kunnen maken. België is vooruitstrevend geweest wat het idee betreft. Men is verder gegaan dan ‘chapter 11’. Maar vaak laat de kwaliteit van de dossiers te wensen over. Bij de reorganisatieplanning laat men vaak onvoldoende ruimte voor de continuïteit. Het actief wordt gestoken in de terugbetaling van historische schulden. Je moet voldoende ruimte hebben om door te groeien en misschien moet je schuldeisers zover krijgen om een deel af te boeken in ruil voor blijvende samenwerking.

Paul Becue: 71% lijkt heel negatief, maar de activiteit kan overdragen worden aan een derde partij. De originele juridische vennootschap gaat wel in faling, maar de activiteit wordt gered. Er zou een studie moeten komen om te zien hoeveel economische activiteit er gered werd. Dat wordt te weinig belicht. Faillissementen zijn op lange termijn goed. Zo wordt de stal uitgemest, en komt er ruimte vrij voor nieuwe initiatieven en innovatie.
Als een bedrijf te redden valt, moet je het redden, maar op zich is in faling gaan inderdaad niet slecht. Je maakt het anders meestal maar erger door je schuldeisers mee de dieperik in te sleuren.

Paul Cools: Veel curatoren zijn te weinig economisch geschoold om faillissementen te begeleiden.

Johan Kemps: Zeker als het om een doorstart gaat, is een grotere betrokkenheid van cijferberoepen een goede zaak.

Welke tips die nog niet eerder of onvoldoende aan bod zijn gekomen, kunnen we onze lezers nog aanbieden om sneller betaald te worden?

Henri De Swaef: Cijfers zijn belangrijk. Ze geven indicatoren en wan-of vertrouwen, maar je moet ook trachten om de economie met vertrouwen tegemoet te zien. Iemand met slechte cijfers, hoef je niet per definitie uit te sluiten. Je kan op voorhand duidelijke afspraken maken, bijvoorbeeld contante betaling. Zo krijgt hij of zij een kans.
Frederik Van Royen: Een goede opvolging is belangrijk en iedereen moet zich aan de afspraken houden, ook de sales. Ook een goede communicatie met de klant is cruciaal.

Paul Cools: Ook belangrijk is, als je outsourcet of een externe partner onder de arm neemt, dat je niet verblind wordt door de kostprijs, maar de kostenratio op het einde van de rit in overweging neemt.

Johan Kemps: Je debiteurenbewaking zo kort mogelijk houden. Je kan misschien een korting geven voor snelle betaling.

Annick Vangramberen: Ook een gezonde prospectie, bij gezonde bedrijven, is belangrijk. Prospecteer niet zomaar in het wilde weg.
Een wet van de economie zegt dat zeer gezonde bedrijven het moeilijkst te prospecteren zijn, daar moet men ook rekening mee houden.

Gert Lambrecht: Je bewust zijn van goed credit management is belangrijk: het correct opvolgen van debiteuren en het tijdig innen van facturen. Kmo’s kijken teveel naar de kostprijs van outsourcing. Ze onderschatten de verdoken kostprijs van het niet tijdig innen van vorderingen of van het niet meer kunnen innen. Die kostprijs is vaak veel groter dan externe oplossingen. Uit cijfers van Assuralia blijkt dat alle Belgische kredietverzekeraars een totaalbedrag van 59 miljard euro aan uitstaande vorderingen dekken voor rekening van hun Belgische verzekerde ondernemingsklanten. Dat is 15% van het BNP. In relatie tot het aantal ondernemingen dat kredietverzekerd is, komen we lang niet aan 15%. Met andere woorden, het zijn vooral de KMO’s die nog onvoldoende bewust zijn van het belang van kredietverzekering.

Frederik Devooght: Onze organisatie is zo geoptimaliseerd dat we ook voor kmo’s werken. Die hebben nood aan deze dienstverlening.

Paul Becue: Afgelopen jaar is er veel wetgeving gekomen i.v.m. kredietmanagement: de aanpassing van de WCO-wet, en de bestrijding van de betalingsachterstanden. Sedert juli is er ook een nieuwe wet over de zakelijke zekerheden op roerende goederen. Die geeft een andere invulling aan het pandrecht, en ook het eigendomsvoorbehoud wordt erin hervormd. In Duitsland heb je met het verlengde en uitgebreide eigendomsvoorbehoud als leverancier een belangrijke zekerheid. Je blijft eigenaar van je goederen zolang de koper niet betaald heeft. In België gold dat ook, maar in een beperktere mate: het goed in kweste moest identificeerbaar en aanwijsbaar zijn. Eens de goederen verwerkt waren, telde het niet meer mee. Dit was het enkelvoudig eigendomsvoorbehoud. Maar sedert de zomer is het verlengd eigendomsvoorbehoud wettelijk ingevoerd met de nieuwe wet. Je verkoopt onder eigendomsvoorbehoud, en als je goederen verder worden verkocht, of verwerkt, heb je als leverancier nog recht op dat goed. Je kan blijven claimen. Dat moet wel op voorhand contractueel bedongen worden. Dit is revolutionair, maar wordt te weinig belicht. Kennis is dus belangrijk. Het voorbehoud heeft zelfs voorrang op het pandrecht. Die wet is goedgekeurd. Hij moet via een KB nog uitgevoerd worden voor december 2014, en kan met het verlengd eigendomsvoorbehoud de positie van de leverancier sterk verstevigen binnen het kader van kredietmanagement. Dat kan niet genoeg benadrukt worden.

Yannick Vermetten: Iedere kmo moet een haalbare kredietmanagementprocedure hebben, bij voorkeur extern gestuurd, met een screening, een goede opvolging van de facturen en een antwoord op de vraag hoe zich te beschermen wanneer het misloopt. Een goed kredietmanagement start al in de prospectiefase.

Matthias Gevaert: Kmo’s moeten geen schrik hebben van professionalisering en automatisering. Hoe sneller je professioneel en automatisch werkt, hoe sneller je goed bezig bent met kredietmanagement.

Bron: KMO-Insider

Overige nieuws & events

  • Wat doet de cap op bestuursaansprakelijkheid met buitenlandse bedrijven?

    Het klinkt eenvoudig: door de hervorming van de vennootschapswetgeving en de bijhorende ‘cap’ is uw aansprakelijkheid als bestuurder in België...
    15 juli 2019
  • Liability

    Moet uw D&O-polis aangepast worden aan de 'cap'?

    Nog niet zo lang geleden was u als bestuurder onbeperkt aansprakelijk voor fouten die u beging ten opzichte van uw vennootschap of derden. Tenzij u...
    12 juli 2019
  • Wat is voor u de beste cyberpolis? Uw sector is bepalend

    “Een hacker legde al mijn machines een volledige week plat. Komt mijn verzekeraar tussen?” Als u een cyberpolis hebt onderschreven, is het antwoord...
    04 juli 2019
  • Als hackers om losgeld vragen … Betaalt u dan beter wel of niet?

    Wie dacht dat een goed beveiligd bedrijf zich geen zorgen hoeft te maken over cyberaanvallen, vergist zich jammer genoeg schromelijk. De recente...
    28 juni 2019
  • Transport

    “De vervoerder betaalt de schade aan mijn goederen. Toch?”

    Het is een wijdverspreid misverstand dat de vervoerder steeds aansprakelijk is voor verlies van of schade aan de goederen die hij vervoert. Ook voor...
    25 juni 2019