WBNetADD connect
Direct contact

+32 16 43 11 00


Contacteer ons nu

U bent hier

Premietaksen op verzekeringscontracten: relevant voor uw onderneming?

Nieuws
01 april 2014

Premietaksen zijn een indirecte belasting die een verzekeraar voor de meeste verzekeringspro- ducten dient toe te passen op de aangerekende verzekeringspremies. Vermits de verzekeraar of de makelaar vaak zorg dragen voor de correcte toepassing van deze taks lijkt deze belasting op het eerste zicht misschien niet onmiddellijk relevant voor u als CFO binnen het dagdage- lijkse financiële beheer van de onderneming. Niets is evenwel minder waar. De vennootschap is immers mede aansprakelijk voor de niet correct en tijdig afgedragen premietaks. Men kan inderdaad binnen een periode van 6 jaar worden aangesproken om eventueel niet betaalde premietaks alsnog af te dragen en dit in sommige gevallen vermeerderd met nalatigheidsin- terest en zelfs bepaalde administratieve boetes. Voldoende redenen dus om deze steeds vaker voorkomende problematiek hierna verder toe te lichten.

Premietaksen vormen een zeer specifieke problematiek die niet altijd even duidelijk wordt verwoord in de relevante fiscale wetgeving en het uitgebreide aantal verzekeringstaksen die daarenboven in België bestaan. Daarom worden de controles met betrekking tot de toepasselijke rechten en taksen bij vennootschappen uitgevoerd door een gespecialiseerde opsporings- en documentatie dienst van Registratie en Domeinen. Hierna zullen wij in het kader van de premietaks, zoals ook het geval is in het wetboek, regelmatig refereren naar het concept “jaarlijkse taks op de verzekeringsverrichtingen”. In tegenstelling tot hetgeen men zou verwachten als er gesproken wordt over “jaarlijkse taks” is de taks enkel van toepassing op de betaalde premie en dit op de vervaldag van de premie. De overige indirecte belastingen en parafiscale heffingen die van toepassing zijn op bepaalde verzekeringscontracten worden hierna niet verder toegelicht.

Premietaks in België

De vennootschap trapsgewijs en hoofdelijk aansprakelijk voor de correcte betaling van de taks in het geval de verzekeraar of de makelaar om één of andere reden de taks niet correct heeft aangerekend en afgedragen of hiertoe wegens omstandigheden niet in de mogelijkheid was. Daarenboven is de belastingadministratie gerechtigd om de aangerekende taks te verhogen met een boete tot vijf keer de niet betaalde belasting en mag tevens een boete worden geheven van € 12,5 per week vertraging voor wat betreft de indie- ning van de maandelijkse aangifte in depremietaks. Rekening houdende met een verjaringstermijn van 6 jaar, kan een con- trole op deze premietaksen in het slecht- ste geval al snel een dure aangelegenheid worden.           Mag een vennootschap er dan niet vanuit gaan dat de premietaksen worden ingehouden en doorgestort door de verzekeringsmaatschappij of door de makelaar? Gelukkig zal dit heel vaak het geval zijn. In het geval de vennootschap deel uitmaakt of zelfs aan het hoofd staat van een internationale groep en, rekening houdende met de specifieke noden en wensen, voor een internationaal verzekeringsprogramma wordt of werd geopteerd, wordt een correcte toepassing van de premietaks vaak plots een stuk complexer. En hoewel uw makelaar of uw verzekeringsmaatschappij meestal zullen trachten om in de diverse landen zo correct mogelijk de diverse fiscale reglementeringen toe te passen, blijft het in de praktijk tevens de verantwoordelijkheid van de vennootschap om steeds goed na te gaan of rekening houdende met de juiste, vaak ook geregeld wijzigende, feiten en omstandigheden nog steeds de correcte taksen worden aangerekend en doorgestort aan de verantwoordelijke administraties in binnen- en buitenland. Uw verzekeraar en/of makelaar zullen er dan ook voor openstaan om uw specifieke wensen en noden met hen te bespreken en hieromtrent met u de nodige afspraken te maken opdat de diverse verantwoordelijkheden steeds bij de meest aangewezen partij worden gelegd.

Premietaksen Internationaal

Zoals hiervoor reeds werd aangehaald, zijn premietaksen evenwel geen exclusief Belgisch gegeven. Eén of andere vorm van premietaks kan quasi overal ter we- reld worden teruggevonden. Markant aan de premietaksen is echter het gebrek internationale coördinatie wat betreft de bepaling, het toepassingsgebied en de effectieve aanrekening van de taksen. In tegenstelling tot bijvoorbeeld de directe belastingen waarvoor vaak bilaterale dubbelbelastingverdragen worden afgesloten, zijn er niettegenstaande enkele Europese bepalingen en rechtspraak, geen algemeen aanvaarde standaarden wat betreft de toewijzing van belastingbevoegdheid op het gebied van premietaksen.
Daarenboven zijn de lokale premietaksen vaak ook niet voldoende gedetailleerd uitgewerkt en veelal specifiek afgestemd op de lokale verzekeringsmarkt. Uiteraard bemoeilijkt dit gegeven het opzetten van internationale verzekeringsprogramma’s aanzienlijk.

Premietaksen in Europa

Het geschetste gebrek aan coördinatie en eenvormigheid vinden we ook terug in Europa, zij het dat in Europa de toewijzing van de belastingbevoegdheid betreffende de intra-Europese verzekeringen wel summier geregeld is door het gemeenschapsrecht, meer bepaald door een bepaling in de Solvency II Richtlijn. In deze richtlijn wordt gesteld dat verzekeringsovereenkomsten uitsluitend onderworpen zijn aan de indirecte belastingen op verzekeringspremies in de lidstaat van het “risico” of de “verbintenis”. Ingevolge dit principe zijn verzekeringspremies in de regel niet dubbel belastbaar in Europa. Het antwoord op de vraag waar de premies effectief belast moeten worden is daarentegen niet altijd even gemakkelijk te formuleren. Het Hof van Justitie van de Europese Unie is in dit kader dan ook al enkele keren geïnterpelleerd door lokale rechtbanken om de vereiste verduidelijking van de summiere Europese regelgeving te verstrekken. Zo zijn de begrippen “lidstaat van de verbintenis” evenals “lidstaat waar het risico gelegen is” reeds toegelicht door het Hof van Justitie. De term “lidstaat van de verbintenis” vindt haar oorsprong in de richtlijn levensverzekeringen en is dus vooral van belang bij de toekenning van de belastingbevoegdheid in het kader van levensverzekeringen. In het kader van dit artikel gaan we hier niet verder op in.
Wat voor de CFO van een onderneming meer van belang is, is de allocatie van de belastingbevoegdheid in het kader van schade- en aansprakelijkheidsverzekeringen. Teneinde de belastingbevoegdheid met betrekking tot deze taksen te kunnen vaststellen moeten we eerst het begrip “lidstaat van het risico” verder toelichten om zo een antwoord te kunnen geven op de vraag waar het verzekerde risico zich bevindt. Voor een definitie van dit concept moeten we terug gaan naar de 2de Europese Richtlijn inzake Schadeverzekeringen die het concept “lidstaat van het risico” heeft ingevoerd in het gemeen- schapsrecht. In deze richtlijn wordt gesteld dat de “lidstaat van het risico” voor vennootschappen de plaats van vestiging van de vennootschap is.
Op het eerste zicht lijkt dit te suggereren dat alleen premiebelasting verschuldigd is in de lidstaat waar de vennootschap haar
maatschappelijke zetel heeft. Dit zou impliceren dat wanneer een vennootschap een overkoepelende polis afsluit die voorziet in een dekking van een risico dat in meerdere landen gelegen is, ze alleen gehouden zou zijn tot het voldoen van premietaks in het land waar de vennootschap gevestigd is. Zoals te verwachten is dit een standpunt waar menig belastingadministratie wellicht niet mee akkoord kan gaan.

Arrest Kvaerner

Het standpunt dat enkel premietaks dient te worden aangerekend in het land van vestiging van de vennootschap die de ver- zekeringsovereenkomst heeft afgesloten werd door de Nederlandse belastingadministratie op een gegeven moment aangevochten voor het Hof van Justitie van de Europese Unie in de zaak Kvaerner PLC tegen Nederland.
Kvaerner PLC, een Britse vennootschap, sloot, bij een in het Verenigd Koninkrijk gevestigde verzekeringsmaatschappij, overeenkomsten af voor het verzekeren van beroepsaansprakelijkheid en rampenrisico’s voor de tot haar concern behorende ondernemingen die niet alleen in het Verenigd Koninkrijk gelegen waren.
De premies met betrekking tot deze verzekering werden, rekening houdende met de geldende internationale transfer pricing regels, doorgerekend aan de respectievelijke groepsvennootschappen die gedekt waren door de polis. Zo was ook een Nederlandse groepsvennootschap van de Kvaerner groep opgenomen in de polis. Ingevolge de ontdekking van deze verzekering door de Nederlandse belastingautoriteiten naar aanleiding van een fiscale controle rekende de Nederlandse belastingdienst Nederlandse assurantiebelasting (Nederlandse bewoording voor de premietaks) aan op het proportioneel gedeelte van de verzekeringspremie die betrekking had op risico dat in Nederland gelegen was. Kvaerner PLC kon zich hiermee niet akkoord verklaren en wenste de Nederlandse assurantiebelasting dan ook niet te betalen.
Het geschil werd uiteindelijk beslecht voor het Hof van Justitie waar de definitie “vestiging” zoals gebruikt voor de bepaling van de premietaks tegen het licht werd gehouden. Het Hof vond dat een beperkende definitie van het begrip “vestiging” niet in lijn was met de algemene doelstellingen van de richtlijn, met name het vermijden van dubbele belasting. Het Hof stelde vervolgens dat elke plaats waar het risico gelegen is als een plaats van ves- tiging kan worden aangemerkt voor de toepassing van de premietaks.
Het spreekt voor zich dat dit in de praktijk soms geen eenvoudige analyse is. Wat betreft de verzekering van bijvoorbeeld een onroerend goed tegen brand is deze plaatsbepaling uit de aard van het verzekerde risico in de meeste gevallen evident maar hoe wordt de plaats van het risico bepaald in het geval van bijvoorbeeld een aansprakelijkheidsverzekering? Daarenboven stelde het Hof dat het al dan niet (indirect) doorrekenen van de verzekeringskost niet relevant is voor de bepaling van de plaats van het risico. Het is ingevolge deze rechtspraak daarom perfect mogelijk dat een Belgische onderneming in Frankrijk voor doeleinden van de premietaks belastbaar wordt indien aldaar ingevolge een in België afgesloten internationaal overkoepelende verzekeringsovereenkomst een gebouw verzekerd zou worden tegen bijvoorbeeld brand zelfs zonder dat enige premie door de Belgische vennootschap ten laste van de Franse dochter of de Franse inrichting zou worden gelegd.
Het bedrijf mag in dergelijke gevallen er evenwel niet vanuit gaan dat haar verzekeraar of makelaar de verplichting om Franse premietaks in te houden en af te dragen in alle gevallen op zich zal nemen. Het is natuurlijk zo dat de meeste Belgische verzekeraars voor de courante landen uitgerust zijn om buitenlandse premietaksen correct af te dragen. Dit wil uiteraard niet zeggen dat dit in alle gevallen automatisch zo is. Ongekende en uitzonderlijke omstandigheden of een beperkte ervaring met een minder courant land kan immers een impact hebben op het correct vervullen van de formaliteiten in de verschillende landen.
Het is daarom erg belangrijk dat in het geval de vennootschap internationale risico’s wenst te verzekeren met de makelaar en/of verzekeraar de buitenlandse premietaks verplichtingen worden doorgenomen zodat de vennootschap ingevolge een Bel- gische of buitenlandse belastingcontrole niet voor het alsnog voldoen van deze taksen kan worden aangesproken, hetgeen in de praktijk ook aanleiding kan geven tot de effectieve heffing van een dubbele belasting, met name indien in de staat waarin de verzekering werd afgesloten ook reeds de lokale premietaks werd voldaan.

Controles op premietaksen in België

We merken dat de laatste jaren de belastingadministratie meer en meer haar pijlen begint te richten op een correcte naleving van de belastingwetgeving en de juiste bepaling van de belastbare grondslag, en dit meer in het bijzonder ook op het vlak van de premietaks. Deze evolutie merken we ook in het buitenland. Waar vroeger controles op de verzekeringstaksen eerder zelden bij verzekeringsnemers werden uitgevoerd, merken we steeds vaker dat de belastingadministratie actief op zoek gaat naar verzekeringen die in het buitenland werden afgesloten ten voordele van Belgische groepsvennootschappen teneinde na te gaan of voor wat betreft de in België gelegen risico’s de correcte Belgische premietaks werd aangerekend en gestort. In de praktijk verzoeken de controleurs naast een gedetailleerde balans en resultatenrekening om een overzicht van de bestaande polissen evenals inzage in de bijhorende contracten, teneinde na te gaan of voor deze contracten de Belgische premietaks correct werd afgedragen. Ook wordt ingevolge zo’n controle onderzocht of bepaalde in België gelegen risico’s in het buitenland werden verzekerd. Indien de premietaks niet correct werd afgedragen zal de administratie de niet betaalde premietaks navorderen en heeft de controleur ook het recht om de aan- gerekende premietaks te verhogen met nalatigheidsinteresten en administratieve boetes.

Besluit

Gezien de mogelijkheden waarover de belastingadministratie beschikt is het be- langrijk om als CFO een goed zicht te krij- gen op de verzekerde risico’s, de locaties van de respectievelijke risico’s evenals de correcte toepassing van de premietaksen in de diverse landen en dit bij voorkeur vóór de aankondiging van een fiscale con- trole in binnen- of buitenland. Een nauwe band met uw verzekeraar of makelaar (soms aangevuld door uw boekhouder of adviseur) is gezien de specifieke en soms complexe problematiek aangewezen ten- einde ervoor te zorgen dat alle taksen die van toepassing zijn op de afgesloten ver- zekeringscontracten steeds in overeen- stemming zijn met de meest recente feiten en omstandigheden op de juiste plaatsen volledig correct worden voldaan.

 


Bart Vanoorbeek (add) en Johan Sevens (unilin) over polissen voor activiteiten in het buitenland:

“Bekijk de risico’s van de uitbetaling van een verzekeringschade op voorhand”

“Wie een internationaal verzekeringsprogramma afsluit, doet er goed aan op voorhand te bekijken wat hij bij een eventueel schadegeval in het bui- tenland gaat doen. Buiten de vrijemarktzone kunnen vergoedingen im- mers niet zomaar naar andere landen worden overgeheveld”, zeggen Head of International Department Bart Vanoorbeek van verzekeringsmakelaar ADD en Tax and Risk Director Johan Sevens van Unilin.

Internationale polissen van internationale programma’s slaan vaak op dekkingen van bedrijfs- en bestuurdersaansprakelijk- heid, bescherming van de activa (onder meer brandverzekering), bestuurdersaansprakelijkheid en het transport van goederen.
Wie binnen Europa blijft, heeft hiermee geen probleem. Hier heerst het principe van de vrije dienstverlening. Erkende verzekeraars mogen er vanuit een lidstaat hun diensten aanbieden in andere lidstaten. Alleen voor de betaling van de verzekeringstaksen moet je opletten. Die moeten worden afgedragen in het land waar het verzekerde risico zich bevindt. De verantwoordelijkheid ligt hiervoor bij het bedrijf dat de polis afsluit, ook al wordt dit vaak ingevuld door de verzekeraar voor zover de risico’s zich in de Europese Unie bevinden.
“In een aantal landen ben je echter verplicht om een polis in het land zelf te nemen. Dat geldt met name onder andere voor de BRIC-landen Brazilië, Rusland, India en China. Ook een land als Maleisië is in dat geval. Als je daar iets verzekert, moet je dat dus lokaal doen.”

Globale polis blijft nuttig

Toch kan het interessant zijn om bovenop die lokale polis een aanvullende dekking te hebben via de masterpolis voor schadegevallen die eventueel een bepaald bedrag te boven gaan. Ook hebben niet alle verzekeringsmarkten dezelfde capaciteit en knowhow om risico’s te onderschrijven.
Vooral in de landen die verzekeringstechnisch minder ontwikkeld zijn, kan dat een probleem zijn. Bart Vanoorbeek: “Het is bovendien nog altijd belangrijk om zich veilig te stellen op plaatsen waar de waarborgen het grootst zijn.”

Uitbetaling schadevergoeding zorgt voor problemen

Bij een eventueel schadegeval kan dit echter tot problemen leiden. Veronderstel namelijk dat de calamiteit de dekking in de nationale polis in het buitenland te boven gaat en er dus ook een beroep wordt gedaan op de masterpolis in België. In dat geval zal de uitkering in Belgiëgebeuren.Dit bedrag kan echter niet zomaar worden overgemaakt naar de lokale vestiging. Hiervoor bestaat immers geen juridische verplichting. Wordt het toch gedaan zonder de gepaste juridische kapstok te hanteren, dan is er sprake van een goedgunstig en abnormaal voordeel dat door het hoofdkantoor aan de lokale vestiging wordt gegeven. Anders gezegd: de winst van het moederbedrijf wordt deels naar de locale dochter verplaatst. Voor de fiscus zou dat aanleiding geven om de kosten te verwerpen en weer bij de winst te tellen zodat de uitkering van de verzekering belast zou worden. Wil het moederbedrijf het dochterbedrijf toch een reddingslijn toewerpen, dan zal het op een andere manier geld moeten overmaken. “Hierbij gelden twee mogelijkheden: het verhogen van de equity van het dochterbedrijf of het toestaan van een schuldvorm, beide onderbouwd met de nodige en aanvaarde juridische instrumenten. Beide opties hebben ech- ter een verschillende impact op onder meer de treasury en de cashflow van de onderneming, temeer lokale reglementering ervoor kan zorgen dat gelden die het moederbedrijf investeert nadien niet altijd vlot kunnen gerepatrieerd worden indien gewenst”, zegt Tax and Risk Director Johan Sevens van Unilin.
Hierbij kan ook de wisselkoersproblematiek de kop opsteken. “Veronderstel dat het bedrijf met limieten werkt voor de blootstelling aan het wisselkoersrisico, dan kan de gekozen optie hier een impact op hebben. “Wat fiscaal de beste oplossing kan zijn, kan dan stoten op de limiet qua wisselkoersrisicoacceptatie”, aldus Vanoorbeek.
“Wie zijn risicobeheer goed wil doen, doet er dan ook goed aan om dergelijke scenario’s op voorhand in te schatten en de mogelijke gevolgen ervan te kwantificeren. Het risico kennen is de basis voor een goed risicobeheer”, aldus nog Sevens.

Bron: CFO Magazine

 

Overige nieuws & events

  • Wat doet de cap op bestuursaansprakelijkheid met buitenlandse bedrijven?

    Het klinkt eenvoudig: door de hervorming van de vennootschapswetgeving en de bijhorende ‘cap’ is uw aansprakelijkheid als bestuurder in België...
    15 juli 2019
  • Liability

    Moet uw D&O-polis aangepast worden aan de 'cap'?

    Nog niet zo lang geleden was u als bestuurder onbeperkt aansprakelijk voor fouten die u beging ten opzichte van uw vennootschap of derden. Tenzij u...
    12 juli 2019
  • Wat is voor u de beste cyberpolis? Uw sector is bepalend

    “Een hacker legde al mijn machines een volledige week plat. Komt mijn verzekeraar tussen?” Als u een cyberpolis hebt onderschreven, is het antwoord...
    04 juli 2019
  • Als hackers om losgeld vragen … Betaalt u dan beter wel of niet?

    Wie dacht dat een goed beveiligd bedrijf zich geen zorgen hoeft te maken over cyberaanvallen, vergist zich jammer genoeg schromelijk. De recente...
    28 juni 2019
  • Transport

    “De vervoerder betaalt de schade aan mijn goederen. Toch?”

    Het is een wijdverspreid misverstand dat de vervoerder steeds aansprakelijk is voor verlies van of schade aan de goederen die hij vervoert. Ook voor...
    25 juni 2019