WBNetADD connect
Direct contact

+32 16 43 11 00


Contacteer ons nu

U bent hier

Leasing: grote verschillen in waarborgen lichamelijke ongevallen

Nieuws
01 augustus 2014

Leasing: grote verschillen in waarborgen lichamelijke ongevallen

ADD-enquête: “Gelijke behandeling van alle bestuurders is prioriteit voor 84% fleetmanagers.”

Slechts bij een op drie Belgische bedrijven ontvangen de chauffeurs van bedrijfswagens een gelijkwaardige schadevergoeding bij lichamelijke ongevallen. Nochtans is een gelijke behandeling van alle bestuurders de prioriteit van 84% van de fleetmanagers. Dat blijkt uit een enquête van verzekeringsmakelaar ADD. De belangrijkste reden? Er zijn grote verschillen in de waarborgen van leasingmaatschappijen.

ADD voerde de enquête uit tijdens de tweede XPOfleet Management Day op 8 mei. De 140 fleetmanagers die eraan deelnamen hebben in totaal 67.000 voertuigen in beheer, dat is goed voor 22% van de Belgische markt van bedrijfswagens. 82% werkt met meerdere leasing-maatschappijen of koopt zelf voertuigen aan.

Hoe komt het dat leasingmaat- schappijen uiteenlopende waarborgen aanbieden?

Sirik Meyntjens, specialist Vloten: “De core business van de leasingmaatschappijen is het aanbieden van mobiliteit. Toch willen zij in hun pakket ook iets aanbieden op het vlak van lichamelijke schade van de bestuurder. Met als gevolg dat er te weinig rekening wordt gehouden met wat de klant eigenlijk nodig heeft.
Er zijn twee systemen voor de vergoedingen: sommige leasingmaatschappijen kiezen voor een systeem met vergoedingen in gemeen recht, anderen kiezen voor een systeem met forfaitaire vergoedingen. Bij een schadegeval zorgt dat voor een wereld van verschil.”

Paul Marck, commercieel en technisch directeur: “Wie een firmawagen mag kiezen, kijkt naar wat in zijn budget past maar staat daarbij niet stil bij de verzekeringen die aan de wagen gekoppeld zijn.
De bescherming van personen, waar lichamelijke schade deel van uitmaakt, is bovendien geen onderdeel van het mobiliteitsvraagstuk. Het maakt deel uit van het HR-beleid van het bedrijf. Bedrijven kunnen ervoor kiezen om enkel te voldoen aan de wettelijke verplichtingen. In dat geval sluiten ze alleen een verzekering af voor arbeidsongevallen, maar nemen geen groepsverzekering, geen hospitalisatieverzekering... Ondernemingen die zich beperken tot de basis zullen logischerwijze kiezen voor een goedkope formule voor de dekking van de lichamelijke ongevallen van de bestuurder.
Daartegenover staan ondernemingen die wensen dat hun personeelsleden maximaal beschermd zijn, niet alleen tijdens de arbeidstijd maar ook privé. Die geven de voorkeur aan uitgebreide dekkingen voor arbeidsongevallen, groepsverzekeringen en hospitalisatieverzekeringen. Bedrijven die een geïntegreerd risicobeleid voeren zullen de bestuurders van bedrijfswagens ook bij een ongeval ruim verzekeren.
Daarom leggen we onze klanten uit dat ze best kiezen voor een oplossing die past bij het sociale beleid van de onderneming. We argumenteren al lang dat verzekeren een vak apart is. Personen beschermen is een specialiteit en behoort niet tot de hoofdbekommernissen van een leasing-maatschappij. Voor hen is de verzekeringsactiviteit een bijkomende kostenpost.
Er moet dan ook voor gezorgd worden dat die activiteit winst oplevert. Daarom is het belangrijk dat de verzekeringen een aantrekkelijke prijs hebben. En een goedkope formule biedt doorgaans geen ruime dekking.”


Mogen werkgevers hun werknemers wel zo verschillend behandelen?

Sirik Meyntjens: “Dat is een heel goede vraag. Wij hebben die voorgelegd aan verschillende advocatenkantoren en de antwoorden lopen uiteen. We hebben nog geen duidelijk antwoord op de vraag of deze praktijken geen inbreuk vormen op de anti-discriminatiewetgeving. De rechtsleer zegt wel dat het een inbreuk is op een artikel van de RSZ-wetgeving van 1969. Die wetgeving zegt dat als een extra sociaal voordeel wordt geboden aan een bepaalde categorie werknemers, iedereen dezelfde waarborg moet krijgen.”

Paul Marck: “Een andere belangrijke vraag is of de werkgever er zich van bewust is dat die ongelijkheid bestaat. En of hij dit aanvaardbaar vindt.”

Sirik Meyntjens: “We hebben de kwestie naar voren gebracht tijdens een workshop op de XPOfleet Management Day. We hebben toen gemerkt dat tal van fleetma- nagers zich daar gewoon niet van bewust zijn. Maar de gelijke behandeling van de verschillende bestuurders is voor hen wel een prioriteit. Na de workshop zijn er een aantal meteen naar kantoor gereden om na te kijken hoe dit in hun huidige dossiers geregeld wordt. We kregen ook de vraag of de bestuurder van de vennootschap voor die ongelijkheid persoonlijk kan aan- gesproken worden.”

Paul Marck: “Zelfs fleetmanagers die maar met één leasingmaatschappij werken - en dus niet met die ongelijkheid kunnen geconfronteerd worden - weten vaak niet met welke formule gewerkt wordt en of die overeenkomt met het sociaal beleid
van het bedrijf. Daarom blijven we herhalen dat verzekeren specialistenwerk is. De dekking van de bestuurders moet op het niveau van HR en Financiën behandeld worden en mag geen nevenactiviteit zijn van Mobiliteit.”

Bij hoeveel werkgevers is er sprake van deze ongelijkheid?

Paul Marck: “Uit de enquête bleek dat 18% van de bedrijven werkt met één leasingmaatschappij. Bij die bedrijven heeft iedereen dezelfde dekking. Maar of dat de juiste is, is een andere vraag. 22% van de bedrijven werkt met voertuigen in eigen beheer. De resterende 60% werkt met meerdere leasingmaatschappijen. Als er met meerdere leasingmaatschappijen wordt gewerkt en de verzekering wordt via hen geregeld, dan heeft het bedrijf automatisch te maken met een ongelijke behandeling. Van de bedrijven met een multilease-overeenkomst heeft 30% de verzekeringen uit het leasecontract gehaald. We merken ondertussen wel dat de anderen de intentie hebben om dit ook te doen.
Niet alleen op het vlak van verzekeringen, ook op het vlak van tankkaarten worden heel wat initiatieven genomen. Als de vloot voldoende groot is, kan het bedrijf zelf voordelen onderhandelen met tank-stations. Die ontbundeling is een stijgende tendens, temeer omdat verschillende IT- toepassingen toelaten om de vloot te beheren zonder dat dit de eigen administratie extra belast. XPOfleet van Gloriant, die de XPOfleet Management Day organiseert, is daar een voorbeeld van. In dit programma worden de gegevens van de leasingvoertuigen ingevoerd door de leveranciers. De leasingmaatschappijen leveren de gegevens van de voertuigen. De gegevens van de verzekeringen kunnen ingebracht worden door de makelaar. De klant kan alle ingebrachte data opvolgen.”

Hoe kan een werkgever dan best te werk gaan?

Sirik Meyntjens: “We hebben een vier-stappenplan uitgewerkt. In een eerste fase moet op alle bedrijfsafdelingen in kaart gebracht worden welke HR-gerelateerde verzekeringen zijn onderschreven. In stap twee worden deze verzekeringen gescreend en wordt nagegaan of ze passen bij het sociaal beleid. De discrepantie kan verrassend groot zijn. De derde stap is een optimalisatie waarbij rekening gehouden wordt met de wensen van het management. Dit moet leiden tot een uniforme waarborg. De laatste stap is dat de werknemers hierover geïnformeerd worden. Het is ontzettend belangrijk dat iedere werknemer weet waarvoor hij verzekerd is en waarvoor hij niet verzekerd is. Jammer genoeg vergeet men dat regelmatig te communiceren.”

Paul Marck: “Communicatie is een pijnpunt bij de meeste ondernemingen. Nochtans kan communicatie over extra verzekeringen een troef zijn om goed personeel te vinden. Denk maar aan de voordelen van de groepsverzekering en de hospitalisatieverzekering, de bijstandsformules van de bedrijfswagens... De werkgever doet inspanningen om die te voorzien, hij betaalt er premies voor. Maar de werknemers zijn er zich onvoldoende van bewust. Gelukkig zorgen meer en meer HR-afdelingen voor interne informatiebrochures. Een goede car policy speelt eveneens een belangrijke rol. Maar uit de enquête bleek dat er daar soms iets schort. Slechts 36% van de wagenparkbeheerders zegt in de car policy duidelijk aan te geven van welke verzekeringen de bestuurders genieten. 48% geeft aan dat de chauffeurs in de car policy helemaal niet terugvinden welke bescherming de werkgever biedt. 16% zegt zelf geen idee te hebben welke verzekeringen in de car policy vermeld worden.”

Wat staat in een goede car policy?

Sirik Meyntjens: “Daarover zijn al biblio- theken volgeschreven. De car policy is een onderdeel van de arbeidsovereenkomst en regelt de rechten en plichten van beide partijen, die door beiden getekend en aanvaard worden. De car policy is het enige middel om het verloop van het wagenpark onder controle te houden, maar ze moet consequent toegepast worden. Als dat niet gebeurt, heeft ze eigenlijk geen waarde.
Er zijn een aantal essentiële onderwerpen die erin aan bod moeten komen: bepalingen omtrent het gebruik van het voertuig,
omtrent de gebruikers van het voertuig, afspraken over de kosten van het onderhoud en de herstellingen, verkeersovertredingen en – wat voor ons heel belangrijk is - de schadegevallen. Bijvoorbeeld: ‘Hoe wordt er omgegaan met vrijstellingen bij stoffelijke schade?’ Dat zijn de onderwerpen die uitgewerkt moeten worden, en die best ingevuld worden in functie van de bedrijfsfilosofie. De kracht van de car policy hangt af van de efficiënte toepassing zonder uitzonderingen.”

Paul Marck: “Dat kan pas bereikt worden met een open communicatiebeleid. Als beide partijen van bij de start zeer goed weten wat hun rechten en plichten zijn, daar consequent rekening mee houden en indien nodig bijsturen, dan kan de fleet-manager ook een preventiebeleid uitstippelen. Dan zal de kost van het wagenpark verlagen terwijl die de voorbije jaren hoogstwaarschijnlijk is toegenomen.”

Waarom worden verzekeringen zo dikwijls over het hoofd gezien in een car policy?

Sirik Meyntjens: “Zo’n car policy wordt vaak geïnspireerd door voorbeelden van het sociaal secretariaat of de leasingmaatschappij. Het is logisch dat die instanties vooral rekening houden met de zaken die vooral voor hen belangrijk zijn. Als het bedrijf deel uitmaakt van een internationale groep, is het doorgaans een vertaling van de internationale car policy. Over de verzekeringen wordt doorgaans niets of weinig vermeld omdat men er niet bij stilstaat wat de gevolgen kunnen zijn. Die blijken pas na een ongeval...
Het is veel interessanter om proactief te handelen. Dat is onze rol als onpartijdige specialist. Wij zitten met de werkgevers aan tafel en schrijven samen een car policy op maat van het bedrijf.”

Paul Marck: “We schrijven de car policy van de onderneming niet, maar we schrijven mee. De werkgever beslist zelf hoe hij de policy wil invullen. Wij faciliteren, dat is de taak van de makelaar: de klant centraal stellen.”
 

Bron: De Verzekeringswereld

Overige nieuws & events

  • Wat doet de cap op bestuursaansprakelijkheid met buitenlandse bedrijven?

    Het klinkt eenvoudig: door de hervorming van de vennootschapswetgeving en de bijhorende ‘cap’ is uw aansprakelijkheid als bestuurder in België...
    15 juli 2019
  • Liability

    Moet uw D&O-polis aangepast worden aan de 'cap'?

    Nog niet zo lang geleden was u als bestuurder onbeperkt aansprakelijk voor fouten die u beging ten opzichte van uw vennootschap of derden. Tenzij u...
    12 juli 2019
  • Wat is voor u de beste cyberpolis? Uw sector is bepalend

    “Een hacker legde al mijn machines een volledige week plat. Komt mijn verzekeraar tussen?” Als u een cyberpolis hebt onderschreven, is het antwoord...
    04 juli 2019
  • Als hackers om losgeld vragen … Betaalt u dan beter wel of niet?

    Wie dacht dat een goed beveiligd bedrijf zich geen zorgen hoeft te maken over cyberaanvallen, vergist zich jammer genoeg schromelijk. De recente...
    28 juni 2019
  • Transport

    “De vervoerder betaalt de schade aan mijn goederen. Toch?”

    Het is een wijdverspreid misverstand dat de vervoerder steeds aansprakelijk is voor verlies van of schade aan de goederen die hij vervoert. Ook voor...
    25 juni 2019